Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:
- u bent werkloos;
- u heeft in de laatste 36 weken voorafgaand aan uw ontslag minimaal 26 weken gewerkt;
- u bent beschikbaar voor de arbeidsmarkt.
Indien u aan deze voorwaarden voldoet, komt u in aanmerking voor een basisuitkering gedurende 3 maanden. Om in aanmerking te komen voor een langere uitkering moet u daarnaast voldoen aan de 4-uit-5-eis. Dit houdt in dat u in de laatste 5 kalenderjaren vóórafgaand aan het jaar van uw ontslag, minimaal 4 jaren heeft gewerkt.
De totale lengte van uw WW-uitkering hangt dan af van uw totale arbeidsverleden. Elk jaar arbeidsverleden geeft recht op 1 maand uitkering. Een werknemer met een arbeidsverleden van 8 jaar heeft dus recht op 8 maanden WW. De maximale duur van de WW bedraagt 38 maanden.
Het aanvragen van een WW-uitkering
Na ontslag moet u zo spoedig mogelijk (binnen 2 etmalen) een aanvraag indienen voor een WW-uitkering bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bij u in de regio. U krijgt vervolgens van het UWV bericht of u in aanmerking komt voor een WW-uitkering en voor welke duur.
Regeling verwijtbaar ontslag versoepeld
Per 1 oktober 2006 is de verwijtbaarheidstoets in de WW versoepeld. U houdt recht op een WW-uitkering als u met uw werkgever afspraken maakt over de voorwaarden waaronder u met het ontslag instemt. U bent dus niet langer verplicht om bezwaar te maken tegen uw ontslag om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering.
U ontvangt echter geen WW-uitkering bij:
- een ontslag op uw eigen initiatief zonder dat hiervoor een noodzaak bestond;
- een ontslag op staande voet.
De hoogte van uw WW-uitkering
Gedurende de eerste 2 maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van uw laatstgenoten salaris met een maximum van ongeveer € 2.780 bruto per maand. Vanaf de 3e maand tot aan het einde van uw WW-uitkering bedraagt de uitkering 70% van uw laatstgenoten salaris met een maximum van ongeveer € 2.590 bruto per maand (bedragen zijn inclusief vakantiegeld).
De ingangsdatum van uw WW-uitkering
Uw WW-uitkering start nadat de opzegtermijn verstreken is. Als uw werkgever na de toestemming van de CWI uw contract heeft opgezegd of uw (jaar)contract is afgelopen, sluit uw WW-uitkering aan op het einde van uw dienstverband. Indien uw contract ontbonden is via de kantonrechter en u daarbij een ontslagvergoeding heeft ontvangen, heeft u geen opzegtermijn. De kantonrechter beslist dan op welke datum uw contract ontbonden wordt. Na de ontbindingsdatum heeft u wel een fictieve opzegtermijn. Dit is een wachttermijn die het UWV in acht neemt voordat uw WW-uitkering tot uitbetaling komt. Deze opzegtermijn is gelijk aan de opzegtermijn die normaal gesproken door uw werkgever in acht zou moeten worden genomen minus 1 maand. De fictieve opzegtermijn begint te lopen op de eerste van de maand volgende op de maand waarin de kantonrechter zijn beschikking heeft afgegeven. Er geldt altijd een minimale fictieve opzegtermijn van 1 maand.